11-01-05

Te late Lente

Daar stap je niet binnen, daar is het een schrijden over dikke tapijten, begeleid door een man in zwart pak, die de stoel even diskreet voor je verschuift zodat je elegant kan gaan neerzitten, neen niet neerzitten, je behoort je daar neer te vleien. Onder een tafel met een dubbele laag aangekleed, vers gestreken en gesteven, als een kazuivel omwikkeld, vlekkeloos glanzend. Het kristal fonkelt, het zilver glinstert. De gesprekken zinken weg in een diskretie die dempend verdwijnt in het niets.
 
Hier alleen moeten zitten, met een lege stoel in mijn aangezicht gebrand, het is als onbedwingbare tandpijn rond een absces die zich als een vuurbal heeft genesteld tussen de onderkant van een rottende tand en het brandend tandvlees. De meest verfijnde gerechten op een bedje van kraakverse exotische groenten, smaken me niet. Geruisloos schuiven ze aan mij voorbij, de schilderijtjes die door bijna onzichtbare handen voor mijn neus worden geschoven.
 
Slechts in een ver geheugen heb ik een beeld gemaakt van je parfum dat ik nog niet ken. Je fijne vingers met oosterse ringen glijden weg uit mijn gezichtsveld zonder je dat ik je ooit heb aangeraakt. Je woorden waren zo raak, je beeld zo volmaakt geconstrueerd dat je niet kon bestaan. De lente laat te lang op zich wachten. In de donkerste dagen zal ik onzichtbaar weer verdwijnen, voorgoed met jou in mijn herinneringen.

00:19 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

07-01-05

Stilte

Het is lang stil geweest. Het is donker geweest.
 
Wie blijft zitten, zal het licht niet aanschouwen, dus kruipen, vallen, stikken en weer opstaan, verder naar het punt waar de hoop ergens aan het einde van de tunnel iets nieuws laat vermoeden.
 
Een nieuw land waarin de tijd ruimte krijgt, een ruimte waarin de beklemming van betonnen kanaalmuren verdwenen zijn, een zee van mogelijkheden om eindelijk te laten samensmelten, die twee kleurrijke energieën die al voor hun ontstaan voorbestemd waren om ooit tot één grote kosmos samen te vloeien in één enkele dynamicalijn.
 
De enige dimensie die tot deze Open Ruimte kan leiden, is de tijd, hoe onoverzichtelijk lang en eindeloos ver over de horizon het eindpunt ook mag lijken, slechts in het volgen van de tunnel die de tijd nu nog rond de weg heeft geweven, zal bereikbaar worden wat in de natuurlijke gemeenschappelijkheid en de raakbare wederzijdsheid reeds duidelijk was geworden.
 
De nacht is echter broos en breekbaar, de tijd lang en donker, de tocht ver en uitzichtloos. Het kruipen, vallen, stikken en weer opstaan, verder naar het punt waar de hoop ergens aan het einde van de tunnel iets nieuws laat vermoeden, wordt zinloos als de hoop de drijfveer niet meer kan zijn, dan mag de tijd alle leven in de tunnel verstikken.

 

 

01:45 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |