12-10-05

Langs een waterkant

Hoe verstandig was het vanuit het standpunt van het hart om in het licht van de halve maan arm in arm te gaan wandelen langs de oevers van het water dat van jou naar mij stroomt, al eeuwen ?
 
Hoe spijtig zou het geweest zijn om een kans te laten verloren gaan om even helemaal vrijmoedig het hart te laten spreken en daardoor opgelucht en opgefleurd weer terug te kunnen keren naar wat zo onvolmaakt overkomt zonder jouw gestalte erin aanwezig ?
 
Hoe eerlijk is het om wat zwak is in ons niet te willen wegmoffelen achter de mooie gezichten van theatraal gedoe maar het te durven delen in de raakbare wederzijdsheid van samenvloeiende harten ?
 
Zelfs indien ik alle zintuigen kon uitschakelen, dan nog zou er van jou een gigantisch beeld in mijn ziel geprojecteerd blijven. Maar ik weet dat ik bij jou mag toegeven aan mijn zinnelijkheid; alles aan mijn lijf, alles erin en er rond neemt mij in een wervelende dans mee naar die zalige velden waar intensiteit de bodem is die alles draagt en waar kleuren en geuren de vertaling zijn van ingekapselde herinneringen die niet meer los te koppelen zijn van het ritme van de ademhaling.
 
Wanneer jij verschijnt in mijn gezichtsveld, dan is er iets dat even op mijn spieren werkt als een korte verlamming. Wanneer jij naderbij komt en ik ergens tussen je haren en je hals weer je body lotion ontdek, dan begin ik letterlijk fysiek te smelten hier en daar. Wanneer ik jou spontaan omarm in die zo vaak gedroomde en gewilde knuffel, dan herontdek ik de betekenis van "met twee voeten op de grond staan", want op dat moment ben ik het grondcontact kwijt. Wanneer jouw vingers zich vinden in mijn hand en ook andersom, dan vallen mijn ogen halfdicht omdat ik op dat gegeven moment ten volle mag beseffen dat genieten toegestaan is.
 
Er is dat samengebalde verlangen, dat wekenlange uitzien naar een onbepaald moment, die ontelbare herhalingen van dat verhoopte moment, ooit eens, misschien ooit nog eens een zoen ...
 
En dan is dat zoenmoment daar, onwetend even of dit op de grens tussen daad en droom toch werkelijkheid is mogen worden. Ja toch, jij bent het, ingehouden vurig warme lippen, een mond vol verlangen, een aanzet naar een extase die zich uitnodigend voor ons uitspreidt.
 
Elk moment zonder jou, het is zo spijtig, zo verloren in de tijd. Ik kan slechts dromen van een volgende onbepaald moment waarop jij weer verschijnt in mijn gezichtsveld.



23:58 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-10-05

Het verlangen

Daar waar aardse en hemelse krachten elkaar raken, snijdt de horizon door het vlak van tijd en ruimte. Afstanden krullen zich rond elkaar tot een nulpunt in een lange tunnel met licht aan het einde, imaginair. De tocht in potdove stilte is lang en ondraaglijk eenzaam. Het is geen vechten meer tegen een energieloze uitputting maar een slepend uitdoven dat niet wil eindigen.
 
Al is de wil van staal, "het verlangen" laat zich niet beheersen. Het duikt op wanneer de ademhaling tot rust is gekomen en alle parameters wijzen op een stilstaand oppervlak aan de bovenkant van het water. Maar het monster dat ergens in de oergronden grommend in zichzelf lag te wachten, zal hoe dan ook uitbreken. Er is geen ontkomen aan. Tenzij ontsnappen aan tijd en ruimte en eeuwig in de tunnels blijven rondzwerven.
 
"Het verlangen" kan maar beter niet meer genegeerd worden. Maar dan moet het een plaats toegewezen krijgen. Ik kan dan mijn ogen niet meer afwenden en ik weet dat ik in mijn stalen verdediging een gat heb dat ik niet gedicht krijg.
 
Wie ook of waar ook, zoen me en ik ben verloren.

03:00 Gepost door Peter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |